Een safari in Afrika is voor veel fotografen, dierenliefhebbers en reisfanaten de ultieme droom. Je staat ineens oog in oog met een imposante leeuw, een kudde olifanten steekt plotseling de weg over, je jeep wordt ingehaald door een meute gnoes en ergens in een boom ligt een luipaard te rusten van de jacht op een antilope. Het zijn magische momenten die je niet alleen wilt beleven, maar ook goed wilt vastleggen als tastbare herinnering.
Tijdens mijn reizen door onder andere Uganda, Namibiรซ en het noorden van Botswana heb ik ervaren dat safarifotografie iets heel anders is dan ‘gewone’ reisfotografie, waarin landschappen of mensen centraal staan. Wilde dieren poseren niet braaf terwijl jij je camera instelt en je compositie perfect probeert te krijgen. Bovendien verandert het licht ook nog eens razendsnel. Vaak heb je maar een paar seconden om die ene jaloersmakende foto te maken.


Dat betekent dat je je goed moet voorbereiden. Met deze tien praktische tips (รฉn een bonustip) uit eigen ervaring vergroot je de kans dat je thuiskomt met foto’s waar je echt trots op bent.
Tip 1: Gebruik een telelens
Op safari kom je soms dichter bij dieren dan je denkt, maar vaak ook niet. Een telelens is daarom onmisbaar en misschien wel eerder een upgrade waard dan de camerabody zelf. Tijdens het reizen gebruik ik doorgaans het liefst mijn Canon RF 24-105 mm: handzaam en enorm veelzijdig. Maar tijdens game drives merkte ik al gauw dat deze lens tekort schiet.
Een brandpuntsafstand van ongeveer 300 tot 600 mm werkt in de meeste situaties wel goed voor wildlifefotografie. Daarmee kun je dieren dichtbij halen zonder ze te storen in hun natuurlijke gedrag. Voor portretten of details van dieren, zoals een majestueuze leeuwenkop of de doordringende blik van een luipaard, maakt zo’n lens echt het verschil.


Dieren blijven niet op รฉรฉn plek staan. Een telezoomlens is dan handig omdat de afstand tussen jou en de dieren continu verandert en je de brandpuntsafstand hierop aan kunt passen.
Maar hoewel een telelens voor safarifotografie essentieel is, kleven er ook nadelen aan. Een lichtsterke telelens met een brandpuntsafstand van 600 mm is heel wat zwaarder en lomper dan een lens van 24-105 mm. Daarnaast zijn dit soort lenzen duur in de aanschaf. Er zijn gelukkig ook budgetmerken in de omloop, maar je zou ook kunnen overwegen om een telelens voor je safaritrip te huren.
Tip 2: Kies een snelle sluitertijd
Sommige dieren bewegen langzaam, andere zijn vliegensvlug. Maar elk dier maakt onverwachte bewegingen. Een nijlpaard lijkt misschien log, maar kan verrassend snel rennen en kopje-onder duiken en een antilope schiet natuurlijk zo weg in het hoge savannegras. Bovendien geldt: hoe langer de telelens, hoe zwaarder deze is en hoe moeilijker het is om zonder beweging uit de hand te schieten. Gevolg: bewegingsonscherpte, oftewel ‘bewogen foto’s’.
Tenzij je voor een kunstzinnige benadering gaat, wil je natuurlijk thuiskomen met scherpe foto’s. Gebruik daarom een snelle sluitertijd van minimaal 1/1000 seconde. Bij snelle actie, zoals rennende dieren of vogels in volle vlucht, kun je beter zelfs richting de 1/2000 seconde of hoger gaan. Met deze snelle sluitertijden bevries je de actie en voorkom je bewegingsonscherpte.

Zo’n snelle sluitertijd heeft als nadeel dat er kortere tijd licht op de camerasensor valt. Omdat dieren meestal in de vroege ochtend en late middag actief zijn, en licht dus schaarser is, kan dit te donkere foto’s opleveren.
Je kunt er dan voor kiezen om een hogere ISO-waarde te gebruiken. Ik start meestal met een ISO-waarde van 400 en verhoog wanneer dit nodig is. Of ik laat de camera de ISO-waarde bepalen. De meeste moderne camera’s kunnen prima met een hoge ISO-waarde (en dus meer ruis in de foto) overweg. Bovendien kun je โ als je je foto’s in het bewerkbare RAW-formaat schiet โ de ongewenste ruis met een nabewerkingsprogramma als Adobe Lightroom goed verwijderen.
Tip 3: Fotografeer tijdens het mooiste licht
Voor alle soorten fotografie geldt: licht is alles. Maar wanneer heb je het mooiste licht tijdens een safaritrip?
De beste momenten op safari zijn vroeg in de ochtend en laat in de middag. Je hebt dan niet alleen een grotere kans op het spotten van wildlife, maar het licht is dan ook zacht, warm en komt vaak mooi van opzij. Je hebt dan de minste kans op harde, lelijke schaduwen en overbelichte, uitgebeten luchten.


Overdag staat de zon hoger en is het licht vaak hard en vlak. Bovendien is het dan vaak heet en kiezen de meeste dieren ervoor om in de schaduw te schuilen en te rusten. De meeste game drives vinden dan ook vaak vlak na zonsopgang of in de namiddag voor zonsondergang plaats. Op deze momenten kun je goed gebruik maken van ochtendmist of de zonnegloed van het gouden uurtje.
Tip 4: Focus op de ogen
De ogen maken een dierenfoto, zeker bij groot wild als leeuwen, giraffen of (mens)apen.
Als de ogen scherp zijn, voelt de foto direct levendig. Gebruik daarom single point autofocus en richt het scherpstelpunt op het oog van het dier. Is er veel actie, dan is het ook handig om continu autofocus te gebruiken (AF-C, of Servo bij Canon). Dan blijft de camera scherpstellen terwijl het dier beweegt.

Soms kan het helpen om handmatige focus te gebruiken. Dit wil nog wel eens van pas komen als er zich veel gebladerte, gras of takken voor of rondom het dier bevinden. De camera heeft dan een beetje hulp nodig om te weten waarop jij wilt scherpstellen.
Veel moderne cameraโs hebben daarnaast Animal Eye Detection AF. Dat is vernuftige techniek waarmee je camera het (dichtstbijzijnde) oog van het dier herkent. Wanneer je dit combineert met tracking, dan blijft je camera vervolgens op dit oog focussen.
Bij veel actie is het ook handig om in burst modus te schieten. De camera maakt dan razendsnel en veel beelden achter elkaar. Later kun je dan het beste moment kiezen.
Tip 5: Let op de achtergrond
In de spanning van het moment vergeet je soms naar de achtergrond te kijken. Toch bepaalt die voor een groot deel hoe rustig of rommelig je foto oogt.
Probeer een ‘schone’ achtergrond te kiezen, met zo min mogelijk afleidingen van je hoofdonderwerp. Denk aan gras, struiken of een zachte horizon in plaats van takken of zelfs andere safarivoertuigen. Soms levert een stap opzij of een meter verder rijden met de auto al een totaal ander beeld op.

Een grotere diafragma-opening, bijvoorbeeld f/4 of f/5.6, helpt om de achtergrond mooi zacht te maken en legt de focus op het hoofdonderwerp. Zo gaat alle aandacht van de kijker naar het dier.
Tip 6: Speel met compositie
Veel mensen maken safarifoto’s vanuit de jeep, op ooghoogte of zelfs vanaf een hoger standpunt. Dat is logisch, want vaak mag je het voertuig vanwege veiligheid niet zomaar verlaten.
Maar probeer toch zoveel mogelijk te variรซren in je compositie. Dat kan vaak al door meer uit te zoomen en meer van de omgeving van het dier te laten zien. Wanneer je wildlife in zijn natuurlijke omgeving fotografeert, vertelt dit meer over de plek waar je bent. Een andere optie is dat je juist voor meer detail kiest, zoals het streepjespatroon van een zebra of de textuur van een olifantenslurf.
Soms draait een goede foto dus niet alleen om het dier zelf. Denk bijvoorbeeld ook aan:
- een dier dat klein in het landschap staat
- een natuurlijk kader om het dier heen, door gebladerte of takken
- een intiem close-upportret
- een kenmerkend detail van een dier
- meerdere dieren in รฉรฉn compositie
- een dier dat door gras of takken heen kijkt

Door af te wisselen in je compositie krijg je een veel interessanter geheel in je fotoverhaal. Bovendien ziet de kijker dat je jouw foto’s in het wild hebt gemaakt en niet in een dierentuin.
Tip 7: Wees geduldig
Wildlifefotografie is voor een groot deel wachten op hรฉt moment.
Begin dit jaar spotten we een luipaard in een enorme kandelaarboom in Queen Elizabeth National Park in Uganda. De boom stond helaas net te ver weg: een mooie foto zat er op dat moment niet in.
We besloten te wachten. En nog langer te wachten.
Na een tijdje observeren werd ons geduld beloond: de luipaard stond op, rekte zich uit en klauterde uit de boom. Nog steeds te ver voor mijn 300 mm-lens, maar er gebeurde tenminste iets.
We volgden het dier een poos terwijl het door hoog geel gras banjerde, tot het besloot op de uitkijk te gaan staan op een rots. Nog steeds buiten ideaal bereik, maar al een iets mooier plaatje. Maar toen gebeurde het. Zijn neus ging de lucht in en blijkbaar rook hij iets waardoor hij besloot recht op onze auto af te lopen. Dit was mijn gouden kans.


De verstreken tijd tussen deze momenten? Zomaar een uur.
De les die ik leerde: soms zit je een uur, met camera en verrekijker in de aanslag, in je auto te wachten tot er iets spannends gebeurt. En dan ineens is daar het moment. Wacht dus, als je tijd hebt, tot een dier een interessante beweging maakt, of misschien net iets dichterbij komt.
Die paar seconden maken vaak de beste foto van de dag.
Geduld loont.
Tip 8: Ken het gedrag van dieren
Hoe beter je dieren begrijpt, hoe beter je de magische momenten kunt voorspellen.
Het is dus nuttig om je hier op voor te bereiden. Wil je bijvoorbeeld luipaarden spotten, kijk dan vooral in bomen, waar ze graag in liggen te rusten. Impala’s zijn vluchtdieren, die je voorzichtig moet benaderen. Een Afrikaanse zeearend zit meestal rustig in een hoge boom vanwaar hij alles kan overzien, maar een bonte ijsvogel vliegt juist vaak druk en snel heen en weer.


Neem tijdens je safari eerst de situatie in je op. Rijd rustig en met je raam (en ogen) open. Geuren en geluiden vertellen je onderweg heel veel. Een kleine beweging van een dier kan een teken zijn dat er iets gaat gebeuren: een olifant die zijn oren spreidt of een leeuw die zijn neus in de lucht steekt om te ruiken, een impala die ineens heel alert rondkijkt, bedacht op roofdieren in de buurt.
Als je daarop voorbereid bent, heb je je camera al klaar voordat het moment zich voordoet.
Tip 9: Blijf fotograferen tijdens gedrag
De mooiste wildlifefoto’s ontstaan vaak wanneer dieren gewoon hun natuurlijke gedrag vertonen.
Denk bijvoorbeeld aan schattige leeuwenwelpjes die stoeien en elkaar kopjes geven, chimpansees die elkaar vlooien of een olifant die stof opgooit met zijn slurf. Dit soort typisch dierengedrag in je fotoreeks vertelt een verhaal.

In mijn beleving draait safarifotografie niet alleen maar om het afvinken van de Big Five. Het gaat ook om relatie tussen dieren en hun leefgebied en de interactie onderling. Blijf daarom fotograferen wanneer er beweging ontstaat. Gebruik eventueel burst modus zodat je snel meerdere beelden achter elkaar schiet en geen belangrijk moment mist.
Tip 10: raak je foto’s niet kwijt!
Die magische beelden, die wil je natuurlijk niet verliezen.
Tijdens een safari maak ik veel foto’s. Vooral als ik bij actie de burst modus gebruik: 100 foto’s of meer per dier is geen uitzondering. Hoewel het een goede gewoonte is om na iedere game drive al een ruwe fotoselectie te maken, is het toch goed om over voldoende opslag te beschikken. Een geheugenkaart van 128 GB is geen overbodige luxe.

Zorg tijdens je safari ook voor een back-up. Je zult niet de eerste zijn die dierbare foto’s kwijtraakt door een kaartfout. Je kunt hier natuurlijk je laptop of externe harde schijf voor meeslepen, maar ik gebruik mijn smartphone hiervoor. Via de Camera Connect-app van Canon zet ik de foto’s die ik wil bewaren moeiteloos over naar mijn telefoon.
Om de accu van zowel mijn camera als mijn telefoon te sparen, gebruik ik daarnaast een externe kaartlezer die ik op mijn telefoon kan aansluiten.
Mooie bonus: mijn foto’s zijn dan niet alleen veilig, maar ik kan ze ook alvast onderweg bewerken in Adobe Lightroom mobile, waarna ik ze direct kan delen met een opdrachtgever, vrienden, familie of mijn volgers via Instagram.
Bonustip: kijk en geniet!
Safarifotografie draait uiteindelijk niet alleen om camera-apparatuur of -techniek, maar ook om ervaring, geduld en kijken. Hoe vaker je in dit soort situaties fotografeert, hoe beter je leert anticiperen op momenten en hoe sneller je in actie kunt komen.
Elke safari is anders, en juist dat maakt het zo bijzonder. Geniet ook vooral van alles wat je om je heen beleeft.
Meer voorbeelden van safarifotografie of andere reisfotografie zien? Bekijk mijn portfolio. Of check mijn shop als je graag een van mijn fotoprints aan jouw muur wil.